De Rat

Het verschil tussen mens en dier
Er is een verhaal waarin een leerling aan zijn meester vraagt: “Meester wat is het verschil tussen mens en dier? En de meester legt het uit aan de hand van het volgende verhaal:
“Als we een rat in een labyrint met vier tunnels plaatsen en in de vierde tunnel een stukje kaas leggen, dan zal de rat naar verloop van tijd elke keer de vierde tunnel in lopen om bij het stukje kaas te komen. Een mens kan hetzelfde leren. Je wilt een stukje kaas dus ga je naar de vierde tunnel.
Maar als de voorzienigheid besluit om het stukje kaas te verplaatsen naar de tweede tunnel, dan loopt de rat weer naar de vierde tunnel en ontdekt dat daar geen kaas meer is. Een rat loopt terug en probeert de vierde tunnel nogmaals en nogmaals. Na een paar keer proberen stopt hij en gaat ergens anders zoeken. En hier start het verschil met mensen.  Mensen blijven de vierde tunnel inlopen, want ze zijn overtuigd dat dit de enige weg is. Ratten kennen geen overtuiging, alleen interesse voor een stuk kaas. Mensen bijten zich vast in hun overtuiging en zullen deze tot het einde toe vasthouden. Zelfs al vinden ze nooit meer een stuk kaas.”
Ik ken dit zelf ook zo goed. Ik noem ze mijn belemmerende overtuigingen. Ik mag geen conflict veroorzaken, ik mag niet boos worden, ik mag niet onaardig zijn. Overtuigingen die me de meer kwaad dan goed doen en me vaker niet dan wel bij mijn stukje kaas brengen. En hoe lastig het is om deze belemmerende overtuigingen die ik heb los te laten en alleen de interesse in mijn doel te laten bestaan.
Leven zonder deze overtuigingen geeft vrijheid, maar maakt het ook lastig want het vraagt om iedere dag op nieuw te zoeken naar de plek waar de kaas is verstopt. Je automatische patronen zijn niets meer waard. Gemak wordt vervangen door inspanning en plotseling weet je niet meer wie je bent, omdat de overtuiging waarmee je je identificeert wegvalt.
Dit verhaal zegt voor mij ook alles over leren. Veel vormen van leren gaan over het vinden van het stukje kaas. Als tunnel vier niet meer werkt dan kunnen we mensen leren om naar de tweede tunnel te gaan. Echter, hiermee vervangen we de ene belemmerende overtuiging met de andere. En wie biedt de zekerheid dat de kaas inmiddels niet weer verplaatst is. Voor mij gaat leren dan ook over het bewust worden van je overtuigingen, deze los laten en elke keer je te laten leiden door de behoefte om jouw kaas te vinden in plaats van steeds terug te keren naar de plek waar je ooit kaas vond. Ik moet plotseling denken aan het boek van Joep Schrijvers;”Hoe word ik een rat?” Zou hij soms dit bedoeld hebben?

Wij aan ons

Brief van onszelf aan onszelf.
Door ons vast te klampen aan onze ideeën van wat we zijn, aan wat we denken te zijn, zien we de essentie van wat we zijn over het hoofd.
Wij zijn niet wat we denken te zijn, niet onze ideeën, niet ons ego

Wij zijn niet ons lichaam

Wij zijn geen losstaande entiteit tegenover alle andere entiteiten
Wat we werkelijk in essentie zijn omvat alles. Wij zijn in essentie de energie dat het bestaan zelf toelaat en creëert. Die energie, die in essentie pure Liefde is, omdat ze alles geeft, transformeert zich, materialiseert zich in alles wat is. Het materialiseert zich in alle mogelijke vormen die er bestaan, in ons menselijk lichaam, maar ook in alle andere menselijke, niet-menselijke, levende, niet-levende lichamen of niet-lichamen, dingen of niet-dingen. Alles is deze energie, deze Liefde. Het omvat van het kleinste deeltje van een molecule tot het geheel van het heel-al.
Al deze ogenschijnlijke verschillende lichamen, dingen, onderdelen van het geheel zijn niet van elkaar te scheiden, want allen doordrongen en gecreëerd door dezelfde energiebron. Ze kunnen wel qua vorm van elkaar worden onderscheiden, maar zijn niet van elkaar te scheiden.
Ons verstand, kan daar niet bij, omdat het doel, de taak van het verstand juist is van onderscheid en verdeling te maken om alles mooi in vakjes te plaatsten zodat wij, als vorm toch voor een stuk in de veelheid van vormen zouden kunnen functioneren, maar alleen maar dat, niet meer. Het verstand is er om ons hierin te dienen, maar meer niet. Het verstand is er niet om de leiding te nemen en alles zo overtuigend in te delen, te verdelen en te etiketteren dat we de werkelijkheid niet meer voor ogen kunnen zien.
Maar dat is wel wat er gebeurt. We zijn de capaciteit verloren om het geheel te zien, om te zien zonder het verdelen van het verstand.
We zijn gaan geloven dat onze ideeën, onze verdelingen, ons fichenbakske dat ons geheugen is, een opslagplaats van verdelingen, dat dat de realiteit is.
We zijn er zo sterk in gaan geloven dat we onze verbondenheid met alles, onze onderlinge relaties niet meer kunnen aanvoelen … dat we eigenlijk zo goed als niets meer kunnen aanvoelen, behalve dan datgene wat ons denken ons aan emoties voorschotelt.
We zijn zo sterk gaan geloven in de illusie dat ons denken alles kan ordenen voor ons, alles kan controleren, dat we vergeten zijn wat we in essentie zijn en wat ons bindt … wat echte relatie is, wat echte verbondenheid is. We gaan geen relaties aan, dat denken we alleen maar. We ZIJN in relatie. Wat wij denken dat een relatie is, is slechts een gedachtenspel, een rollenspel tussen entiteiten die elk van hun ideeën over zichzelf overtuigd zijn. Relatie IS gewoon, omdat alles wat is RELATIE is, verbondenheid is, omdat alles doordrongen en gecreëerd is door dezelfde Liefdesenergie. Liefdesenergie die onze essentie is, die voor iedereen en alles gelijk is en ons onmiskenbaar en onlosmakelijk verbindt.
We zijn zo sterk in het gedachtenspel gaan geloven dat onze gedachten onze zekerheden geworden zijn, maar niets … NIETS is zo vluchtig als een gedachte, niets is zo veranderlijk als een gedachte, zo vluchtig dat we ons vaak zelfs niet meer kunnen herinneren welke gedachten we net gehad hebben …
We zijn ons zo sterk met onze gedachten gaan vereenzelvigen dat we vergeten zijn, dat wanneer onze gedachten heel even stilstaan, dat we ook dan bestaan … dat we dan ook pas ECHT bestaan.
Onze overtuigingen staan onszelf in de weg, staan onze natuurlijke onderlinge relatie in de weg, staan onze verbondenheid in de weg …. Niet dat we die verliezen, maar we zijn er ons niet meer van bewust … zo sterk zelfs dat als ze zich toch heel concreet aan ons voordoen, in de vorm van vriendschap of van echte Liefde bijvoorbeeld, dat we er bang voor zijn, dat we het zo snel mogelijk willen controleren, willen verdelen, dat we het zelfs verdringen en er afstand van willen nemen als blijkt dat er geen controle over te hebben valt …. Om toch maar in onze illusie van controle te kunnen blijven geloven …

Ons verstand dwingt ons afstand te nemen van wat op natuurlijke wijze IS, verbondenheid, relatie, éénheid, één-zijn, samen één-zijn.
Wat we zijn is net dat wat toelaat dat alles kan zijn. Alleen ons denken verzet zich daartegen. Ons eigen denken verzet zich tegen wat we zelf gecreëerd hebben, niet wij als entiteit of als ego, maar als essentie waaruit alles ontstaat. Wij verzetten er ons tegen enkel en alleen omdat ons denken de omvang van het geheel niet kan bevatten, niet kan omvatten, niet kan ordenen, niet kan controleren … natuurlijk kan het dat niet, dat is ook haar taak niet, dat valt ver buiten haar mogelijkheden !!!
Alles wat is, is in relatie tot alles. Is relatie op zich. Is Liefde, pure Liefde op zich. Omdat wijZelf het gecreëerd hebben, wijZelf als essentie, als pure Liefde-bestaansenergie.
Alleen in het zien van wat is, kan innerlijke rust, vreugde … echte Liefde (onze essentie) ervaren worden.
In Liefde …
Wij aan ons

De Reis (bron: onbekend)

De langste reis is de reis van het hoofd naar het hart. Het is niet alleen de langste reis, het is ook de pijnlijkste reis. De pijn is wat ons tegenhoudt, wat ervoor zorgt dat we altijd maar omwegen nemen en tenslotte helemaal verdwalen, zelfs niet meer weten waar we naartoe willen uiteindelijk. Het is dan misschien wel de pijnlijkste reis, maar ook de enige verlossende reis … Die 20 centimeters van het hoofd naar het hart kunnen in één moment overbrugd worden … of helemaal nooit… in een leven lang ronddolen in ons hoofd, ons afvragend waar we ergens verkeerd afgeslagen hebben of ons helemaal niks afvragend … steeds meer en sneller naar voren hollend, weg, ver weg van onszelf, ver weg van ons hart … La fuite en avant … 
De reis naar het hart is de reis die je maakt door alle pijnen heen waar je in het verleden van gevlucht bent, omdat je de pijn niet kon of niet wilde doormaken. Je verstand mag het dan nog “weten” waar je pijn zit en er heel rationeel mee omgaan, heel redelijk, heel be-grijpend … toch blijft die pijn in je wezen aanwezig, in iedere cel, in je hele lichaam, in je hele universum … en sluit je af, als met een gigantische muur, van je eigen hart, je eigen schat aan wijsheid en levenskunst, je levensvreugde.
Door je pijn gaan, doe je met je hart, met je voelen, met heel je wezen, met iedere cel, je moet er helemaal doorheen, opnieuw en opnieuw tot het helemaal oplost en zich transformeert in Liefde; dat is wat pijn is. Het is de ultieme uitnodiging om te zien, om te ontwaken, om lief te hebben. De pijn doorbreekt alle muren en brengt je rechtstreeks bij je hart. En dat voel je ook. Als je pijn hebt, diepe emotionele pijn, dan doet je hart ook letterlijk pijn.
De angst voor pijn is wat ons tegenhoudt, maar dat vluchten creëert nog meer pijn, een opeenstapeling van nieuwe pijnen, de andere pijnen bedelvend … zodat we soms zelfs helemaal niet meer weten dat het er zit, zo diep in onze kerkers hebben we het opgesloten, achter slot en grendel … en de sleutel weggegooid.
Kwetsbaarheid is wat we nodig hebben om opnieuw onze pijn toe te laten. Ons laten raken, ons laten aan-raken … raken en aanraken gaan altijd recht door het hart … als het echt is tenminste … daarom raakt het ons ook.
Kwetsbaarheid is die kracht, waarvan wij denken dat het een zwakte is, waar we bang voor zijn. Die kwetsbaarheid, dat fantastische potentieel om geraakt te worden, is als het ware de loper, die alle deuren opnieuw kan openen. Die kwetsbaarheid is eigenlijk niets anders dan medeleven voor onszelf, zachtheid voor onszelf, mededogen voor onszelf … onvoorwaardelijke zelfaanvaarding … onvoorwaardelijke Liefde voor onszelf!!
Wie de kracht van kwetsbaarheid meegemaakt heeft en erkend heeft, weet de weg die moet gewandeld worden. Wat niet betekent dat het daarom geen pijn meer gaat doen, maar de pijn zal als verlossend verwelkomd worden, met blijdschap en dankbaarheid beleefd worden … wetende dat het de rechtstreekse weg is naar meer Liefde. De onvoorwaardelijke Liefde waar we allemaal , elk van ons, op zoek naar zijn, sedert de afscheiding.
De afscheiding is iets wat in ons hoofd gebeurd. Dat is wat het verstand doet: indelen, catalogeren, als herinnering vastleggen, maar we zijn vergeten (en dat vooral hier in het westen) om samen met het verstand (dat een prachtig instrument is) vooral vanuit ons hart te leven, vanuit het centrum van de Liefde. “Eerst het hart, dan het verstand”, zegt Toon Hermans met eenvoud en de intense kracht van juiste woorden. 
We hebben niet geleerd om met onze pijn om te gaan. Als kind hoorden we: “Je moet flink zijn … gevoelens hebben en tonen is een vorm van zwakheid” … vaak omdat onze omgeving ook niet wist hoe ermee om te gaan. Onze ouders konden meestal zelf niet met hun eigen pijn omgaan, laat staan dat ze ons konden bijstaan in het verwerken van onze pijnen als kind … Onze ouders deden hun best, ervan overtuigd zijnde dat het voor ons het beste was … uit liefde, maar ook uit onwetendheid en onmacht. En zo gaat het al eeuwen door …
De apen en de banaan:
Men neme een kooi met apen. In de kooi wordt een banaan opgehangen. Onder de banaan staat een trap. Het duurt niet lang of er gaat een aap naar de trap. Zodra hij echter een voet op de trap zet, worden alle apen natgespoten. Een poosje later probeert dezelfde aap of een ander het nog eens, met hetzelfde gevolg: wéér alle apen nat. Als er daarna nog een aap de trap op wil, zullen de anderen hem dat beletten. Nu halen we één aap uit de kooi en brengen er een nieuwe in. De nieuwe aap ziet de banaan en wil de trap op. Tot zijn grote schrik springen alle apen hem op zijn nek. Na nog een poging weet hij het: als hij de trap op wil wordt hij in elkaar geslagen. Dan halen we een tweede aap uit de kooi en brengen een nieuwe binnen. De nieuweling gaat naar de trap en krijgt een pak slaag. De vorige neemt enthousiast deel aan de afstraffing. De derde aap gaat eruit en de derde nieuwe komt binnen. Hij gaat naar de trap en krijgt een pak slaag. Twee van de apen die op hem inbeuken, hebben geen idee waarom je de trap niet op mag. Oude aap vier eruit en de nieuwe aap vier erin. Dit gaat net zolang door tot alle apen die ooit het natspuiten hebben meegemaakt zijn vervangen. Niettemin gaat nooit een aap de trap op.

“Waarom niet meneer”?

“Dat doen we hier gewoon niet!

De essentie van het verhaal is dat er nu apen in de kooi zitten die geleerd hebben om van dat trapje en die banaan af te blijven, maar volstrekt geen weet hebben van het waarom (de brandspuit).

“We hebben het altijd zo gedaan, waarom zouden we het anders doen?”, maar niemand kan aangeven WAAROM we het ZO doen, en of er niet een betere manier is
In mensentaal zouden we zeggen: “Dat wordt niet gedaan – het is voor je bestwil” 

Wat houdt er ons tegen om het eens anders te proberen? We zien dat het van kwaad naar erger gaat in de wereld, terwijl alle spirituele tradities ons zeggen hoe we het wel zouden kunnen proberen te doen. Natuurlijk is het niet zo evident … want het “proberen te doen” moet vanuit de juiste intentie komen, vanuit een diepe, onstuitbare drang naar het “juiste”, naar eerlijkheid, naar zuiverheid, naar echte Liefde … niet vanuit een “angst voor”, of een “goed willen doen” … dat opnieuw een voeden van het ego is, dat zoekt naar herkenning en versterking in alles wat het kan vinden …
Misschien moeten we pijn wel als een soort thermometer zien … als het pijn doet zitten we op de juiste weg … dat soort pijn dat we voor onszelf houden, een soort van diepe pijn dat zo moeilijk onder woorden te brengen is omdat het om een diepe existentiële pijn gaat waar het verstand geen weg mee weet. Die pijn laten zijn, doorvoelen, er in kruipen, er door gaan, het helemaal doorleven, zonder het te veroordelen, zonder er van weg te lopen, ook als we niet weten waar het vandaan komt … het gewoon laten zijn, laten gebeuren … het wel helder onder ogen zien … in stilte en overgave doorleven en aanschouwen, doorschouwen, vanbinnenin, in het felste van de storm … erdoor gaan, het toelaten, erbij stilstaan en stilZijn en de stilte je de antwoorden laten geven. Je ervoor openstellen, in alle eerlijkheid, zonder angst … welk stukje schaduw je van jezelf ook zal tegenkomen. Misschien is het jaloezie, misschien is het angst voor de dood, misschien is het angst om alleen te zijn, angst om niet geliefd te zijn, misschien is het boosheid … wat het ook moge zijn … het niet (h)erkennen leidt alleen tot nog meer pijn … bij onszelf en bij diegenen die ons nauw staan en dierbaar zijn en in de hele wereld en in het hele universum … want dat is wat we zijn.
Wij zijn niet afgescheiden. Wij zijn, elk van ons, alles wat er is – het Universele Bewustzijn, de Bron, God, geef het de naam die je wil … in essentie, die energie die alles geeft … Onvoorwaardelijk, Allesomvattend … Allesgevende Liefde.

Linkjes op vrijdag

http://www.denieuwemens.eu/archief.html
http://ymlp.com/ziDIaO

What Would Love Do?

http://www.volkskrant.nl/archief/brand-meester~a3249858/
http://www.a-dvaita.nl/interviews.htm

https://soundcloud.com/search/sets?q=non-dualiteit
http://www.sjamaanmiranda.nl/contact.html

Mediatheek

Interview with Jan Kersschot

Interview with Jan Kersschot for Natural Spirit: Starpeople Vol. 55

Q:  What made you come back “Home”?

JK: Coming Home to your true nature is completely different from what the mind of the seeker believes It is, or hopes It is. It is not a state that I can describe to you in words. All the words I use to point at It, will fail. And I contradict myself several times in my books and in my talks because it is indescribable. It is easier for me to say what It is not. It is not a special state that I achieved. It is beyond any sense of past or present. It is not a special combination of energies that run through my body now. It is not a state of mind either. And it is difficult to say what made me come Home, because the “me” had to disappear before Home could become apparent. I can only talk about It in metaphors, in analogies. It is not something I did to make it happen, it was rather that It happened spontaneously.

Q:  What was the point of departure?

JK: When I was a young boy of about 7 years old, there were many moments where I asked myself, what would it be like if there was no ‘me’? What if Jan wasn’t there at all? What if the world would not be present? What if there would be no stars, no planets, no milky ways? I believe a lot of children have these kind of thoughts, but for me they were very crucial. When I was about 15, I had a major transcendental experience while kissing a girl. Our parents thought we were too young to see each other, but I needed to see her and one day I kissed here, standing behind the library. While we kissed, my lips started to melt into hers and within a split second I disappeared completely. I vanished. I did not exist anymore as a person. I am not sure how long this lasted because it is hard to remember. Now I would say that this experience I had at 15 was out of time. And I would even say now that I had to disappear first in order to give pure being the opportunity to show itself. It is like you are reading a book and suddenly you have a white page. It is like you are watching a movie and suddenly you have a white screen and there is only light. There is only pure beingness. And there is no person to comment on this white page. There is no ego giving comments.

Q: What happened after that?

JK: From that moment on, I became a spiritual seeker. If you have ‘seen’ this, you want to see it again. You believe you had it for a while, and you think you can have it again. And that is where you become a seeker. You had a taste of ‘it’ and you want to taste the nectar again. By the age of 18 till 25, while I was a medical student, I read a lot of books about natural medicine and also about Hinduism, Zen Buddhism and philosophers from East and West, such as J. Krishnamurti. I also started to practice mantra meditation, known as TM or transcendental meditation. During the TM, these moments of pure beingness were appearing again in my life. After a few years, I didn’t use the mantra anymore, because that state of pure being came automatically, simply by sitting on a chair and ‘allowing’ it. I also joined a group of Shiva Yoga in Belgium for about a year or so, where I learned a lot about the effect of group meditations and the competition between several devotees to reach enlightenment. I also became critical about certain beliefs in the world of spiritual seekers. And I always felt that, what I was looking for, was something very ordinary and very close, not something to look for in a far country or far future. Or something you will get as a reward because you followed the rules. And when I delved deeper into this, I started to realize how many false beliefs were still around. I discovered books about nondualism which made some issues more clear. A lot of old beliefs and misunderstandings started to disappear. I also saw that this “pure being” was available all the time, not just during these moments of meditation. And when I encountered Douglas Harding, he showed me the direct access with his experiments. These experiments are also described in my book “Nobody Home”. Douglas Harding said: “Instead of thinking about It or reading about It, I will show you how you can actually see It. I will show you your original Face”. And his experiments really blew me away, although some of the other attendants of his workshop in Belgium complained that they didn’t see anything special at all. Later on, I met Tony Parsons, who took away some expectations I still had about ending the spiritual search. He simply said these three words, “This Is It’. And then all was clear to me. Although the mind still continued to try and figure it all out, there was no escape. The spiritual search was over.

Q: After you’ve reached Home, were there any changes?

JK: I would never say that I as a person have reached Home. I will never claim anything for myself. I never reached Home as a person. It was not me who came Home. What I am talking about in my books and lectures is not something I have reached. It is not a talent I possess, it is what I am. It is the one Beingness that does not exclude anyone or anything. And unmasking the spiritual seeker does not guarantee any specific state you are in. It is only the end of the spiritual search. It is the death of the seeker, while the organism continues to function in a most natural way. The search will not come to a stop because you decide to stop seeking, or because you think you have reached everything. It is like grace: suddenly it is all clear and obvious. Then all questions about this subject stop to appear. Apart from that, life just goes on as before. From the outside, there is not much which has changed. You got rid of some stones in your shoe, so your walk in the park will be more natural, but nobody will notice that. The changes are mainly on the inside, on the level of the spiritual seeking.

 

Q: What do you mean by duality? And how is it related to non-duality?

JK: One could say that everything simply is. Everybody is. You can’t say, “I am not”. The word ‘being’ is a magical word. Just being. Simply to be. I describe it as Beingness because it is not an activity like eating or breathing. And It is not something that you have to learn or practice, because it is already being done anyway. It is also not an object you can observe. Beingness has no limits in time or space. You can’t find its borders. That is why we say it is infinite. That is also the reason why in my books I write Beingness with a capital B. It is infinite, but that does not mean that it is something holy. I use the term Beingness because it is a neutral term, it has no religious or cultural connotations. So, it does not exclude anyone. And as this Beingness has no borders, it has no neighbors. In other words: there is only one of it. That is why it is single. That non-dual single Beingness is all there is.

But the mind does not like non-duality. The mind is like a knife: it likes to cut things into two parts. However, with a knife in your hand, you will not be able to find the infinite. The human mind likes to notice the difference between left and right, high and low, past and future, positive and negative. But these dualities are not ‘real’ qualities of those persons or objects, they are only labels. They are thoughts appearing and disappearing in the brain of the commentator.

But this is-ness, this Beingness, does not stand side by side with the conceptual world of the mind, it is much ‘larger’ than that. In other words, non-duality is much wider than duality. Duality is only a minor conceptual part within the infinite. And the finite can never reach or understand the infinite. The mind of the seeker is to small to see the infinite – all it could do is make concepts about infinity.

Q: In the teachings of non-duality, it is often said that you are ‘already awake’, but people who didn’t have any awakening experience, have no idea what that means.

JK: It all depends from where you are looking. It reminds me of the story of the old Zen master sitting by the river, and one of his monks is standing on the other side of the river and wants to cross the river and talk with his master. As the river is quite deep and he does not see any bridge, he asks his master: “How can I get to the other side?” And his master replies, smiling: “You are already on the other side”. He was in fact saying: “From this point of view, you are already awake, even if you believe you are still seeking”.

In the book I explain this issue in the drawing which illustrates the difference between vision X and vision Y, between duality and non-duality. According to vision X, people are separate, and individuals are subject to the laws of time and space and conceptual thinking. According to vision Y, there is only Oneness, there is only Beingness, there is nothing else, and everybody is already awake. But from vision X, you can never know what vision Y is, because it is impossible for the seeking individual to understand Beingness with the mind. ‘You’ can only be it, not understand it. And from the point of view of Beingness (it is not a real point of view, of course), there is only Beingness. Everything is Light, nobody is not-awake. In other words, nobody is excluded.

Q: Do you need to have some kind of awakening experience in order to see this?

JK: There are no specific requirements whatsoever. There are no rules. There are no steps. A lot of books on non-duality say there is no need for any special experience, because your essence is already whole and undivided. But on the other hand, a lot of authors of these books on non-duality report to have had transcendental events which opened their eyes and made them see what ‘It’ was all about. It can feel frustrating for the seeker because you want something and they say there is nothing you can do about it in order to get it. We enter a paradox here, because non-duality can not be seen by an individual, and yet some indivduals seem to have had awakening experiences which refer directly to the non-dual. And these experiences are usually described as peacefull and blissfull. And the spiritual seeker also wants to be peacefull, loving and blissfull. But these experiences – no matter how peaceful they are – are not Beingness itself. An individual can only experience the fringes of the transcendental event. Although it is impossible to describe, it seems as if the thinking mind comes to a stop and something else which is much bigger than yourself takes over. The infinite was already there, of course, but as the clouds in the mind are evaporating, the blue sky comes to the fore. But it is not the seeker who sees the blue sky. All there is, is a blue sky. The seeker is simply not standing in the way. It is like an ice cube of water which melts away in the surrounding water of the lake because there is a current of hot water passing by.

Publsihed in Japanese in Starpeople Vol. 55

Ed Nissink interview

Advaita Nederland interviewt Ed Nissink:

AN: Hoi Ed, de eerste vraag. Welke link – of wat versta jij onder – heb je met nondualiteit? Ed: Goedemorgen AN, Als tekstelaar neem ik het woord letterlijk, en versta ik er onder: niet duaal, polair zijn. Ik interpreteer dat als een ontkenning van het gegeven dat een deur twee kanten heeft. De link die ik er mee heb, is mijn interesse in polariteiten en of het mogelijk is deze te ontstijgen in dit leven op aarde. Dat boeit me mateloos en ik volg de advaitanen belangstellend in hun theorieën.

AN: En is het mogelijk deze ‘te ontstijgen in dit leven’? Ed: Ik weet het niet zeker. Ik heb een aantal ervaringen gehad waarbij ik totaal verbonden was met alles. Toentertijd was dat pure vrede en rust; achteraf heeft dat een terugverlangen gegeven naar meer van die ervaringen. Ik vermoed dat het ervaringen van één-zijn waren, die verbondenheid met alles en iedereen: ik was de wereld en de wereld was mij. En ik viel er tussenuit, zogezegd. Alles was in orde, terwijl mijn aardse leven dat absoluut niet was. Ik denk dat het mogelijk is om de dualiteit – althans tijdelijk maar wellicht allengs langer – te ontstijgen. Of zoiets is aan te leren is een ander verhaal.

AN: Mooie beschrijving! Verder weet je het niet zeker, schrijf je, maar wat weet je dan niet zeker? Ed: Ik weet niet zeker of het mogelijk is expres, bewust, de dualiteit te ontstijgen. Ik hoor en lees er een hoop mensen over praten en schrijven, maar tot nu toe blijft dat voor mij gedweep met anderen, eigenpijperij, zelfbef of wensdenken.

AN: Hahaha! …Anders geformuleerd: valt nondualiteit voor jou per se onder een ervaring? Binnen Advaita heeft Het/Brahman geen kenmerken. Het Ene valt niet onder een of andere ervaring, zo wordt er namelijk ook over gedacht. Ed: Voor mij is het eerder een abstract, een begrip en een aanduiding dan een ervaring, alleen zijn het mijn ervaringen geweest die nondualiteit inzichtelijk maakten. Ze hebben me ook doen ophouden met zoeken naar ‘de verlossing’. Die zit wat mij betreft niet in de ervaring, inderdaad. Nondualiteit is, en heeft mij niet nodig om dat te verklaren of te ervaren, zoals een koe in de wei poept, ongeacht of er iemand kijkt of niet en ongeacht of er iemand in de buurt is die koepoepen tot de nieuwe rage verklaart en zichzelf tot master-bullshit uitpoept. Eh.. uitroept. Wat mij vooral boeit is de uitleg die volgelingen aan iets geven. Dat geldt niet alleen voor advaita maar voor zo’n beetje alles wat ooit is gezegd en opgeschreven. Men – ik ook – gaat ermee aan de haal. Dat maakt het aan de ene kant lastig (vooral toen ik nog zocht) en aan de andere kant prachtig om te beschouwen. Nou ja, ik heb je netjes van tevoren gezegd hè, dat ik niet verlicht of ter zake kundig ben, hahaha. Dus nee: geen ervaring maar een abstract.

AN: Is dat ‘abstract’ je ware wezen? Ed: Zo kun je het zeggen. Mijn ware wezen is god. In die zin dus abstract en ook niet abstract. Abstract in de geest, en tezelfdertijd is alles vervuld van en doortrokken met god. Dat weten en herinneren is terugkomen naar mijn ware wezen.
Tot ik weer word afgeleid door mijn eigen gebemoei met mezelf en mijn leven. Als ik het leven, god, alles, door me heen kan laten werken is er nooit iets aan de hand; dan is het stil en vredig en kan ik doen wat het leven, wat god van me wil. Dan kan ik werken en dienen, en sta ik er niet steeds zelf tussen te ouwewijven van ‘Ja, maar dit zou toch zo moeten, en dat moet ook anders,’ en dat soort in de wegzitterij. Het ware wezen is datgene of diegene die door je heen kan werken, als je het kunt opbrengen je er niet mee te bemoeien. Ik vind dat wel abstract ja.
Er schoot me net een favoriet te buiten; een uitspraak van Alexander Smit. “Het enige probleem dat jullie allemaal hebben is de ziekelijke belangstelling voor jezelf” Dat zie ik inderdaad veel, bij mezelf en bij anderen. En ik vind het vaak geweldig leuk, dat wel. En op ons mooie wereldwijde web kun je eraan toevoegen: de bemoeienissen met elkaar. Prachtig theater.

AN: Je schrijft hier eerder: toen je nog zocht. Wat deed jou ooit gaan zoeken? Ed: De heimwee, het verlangen naar terug. Als klein kind staarde ik verbijsterd om me heen en vroeg me af hoe ik hier (het leven op aarde) zo snel mogelijk weer weg kon komen. Dat heeft een kleine 50 jaar geduurd, die verbijstering. En het is die schrijnende pijn geweest, dat gevangen zitten in een lijf en de aardse wetten die me deden zoeken naar verlossing uit die belemmering.

AN: Toen kwamen je ervaringen en liet je het zoeken los. Hoe, wanneer, in welke omstandigheden kwamen deze ervaringen? Ed: Een ervaring was op Ameland. Ik zat in het zand op het strand en ik keek en luisterde naar de zee terwijl ik wat met het zand speelde. En ineens was ik ‘weg’. Ik was toen iets van vier jaar. Dat heeft iets van een half uurtje geduurd; waarschijnlijk tot mijn vader of moeder iets zei. Een tijdje later was ik aan het verdrinken in een plas waar we zwommen. Ik was ‘m gesmeerd en mijn moeder kon me niet vinden. Ik kon niet zwemmen en stapte in een diepe kuil in het water. Terwijl het water mijn longen vulde, werd de onderwaterwereld prachtig en ik zweefde weg. Ik heb gevochten als een leeuw toen mijn moeder me ontdekte en uit het water viste. Jaren later was ik in een klooster in Thailand en sprak daar met een monnik over de vechtsporten waar hij en ik mee bezig waren. Mijn eerste boek was net uitgegeven en ik wist niet wat ik verder zou gaan doen met dat schrijven; ook daar spraken we over. Ik had een Thai bij me die tolkte en ineens viel alles weg. Ik keek in de ogen van de monnik en hij in de mijne en er was alleen nog puur zijn, zonder taal, zonder woorden. Ik hoorde van de tolk dat we zo’n 20 minuten naar elkaar hebben zitten kijken en dat het ‘holy’ aandeed. Na die ervaring heb ik volkomen ontspannen mijn andere boeken voltooid. Weer jaren later, tijdens een weekje duiken in Egypte; ik had net gedoken en een wilde dolfijn gezien, die nieuwsgierig om me heen zwom; dat was leuk en mooi. We zaten met een groepje duikers aan de kust van de Rode Zee, in de woestijn. De stam daar zorgde voor eten en er liepen een paar doofstomme kinderen die voor een paar centen armbandjes voor je wilden vlechten.
Na het duiken zat ik in een tentje, met twee van die kinders en hun vader wat te kwebbelen en ik bedacht hoe bijzonder taal is, vooral op dat moment tussen doofstomme kinderen. Ze gingen weg, ik bleef achter en ‘verdween’ opnieuw. Dat heeft volgens mij een halve dag geduurd. In die tijd was ik heel druk met mijn werk als docent communicatie en de opleiding die ik had
opgezet. Te druk. Daarna kwam er meer rust. Maar het stoppen met zoeken kwam toen mijn vrouw en ik een periode van jarenlange ellende hadden gehad en niet meer wisten wat we nog konden doen. De ellende beschrijf ik hier niet. Maar we zaten diep in de ‘donkere nacht van de ziel’ zoals dat zo mooi heet. En na die desolatie, die ongelooflijke verlatenheid waarbij we niets voor elkaar of onszelf konden betekenen, begon het loslaten. Vlak daarop hebben we allebei een ervaring van een paar dagen gehad waarbij ik en mij, zij en wij, daar en hier volkomen één waren. Toen beseften we dat er niets te zoeken valt, dat er hooguit meer te weten en ervaren is, maar dat dat niets van doen heeft met ‘zijn.’ Toen is het zoeken dus gestopt.

AN: Ed, dank voor je rijke uiteenzetting! Heb je een advies voor zoekers? Ed: Ik ben ontroerd door de snelheid waarmee je me in een interview over nondualiteit tot zoveel duale uitspraken hebt kunnen bewegen met je vragen. Ik maak een buiging. Een advies aan zoekers. Voer het zoeken op tot ongekende hoogten en snelheden, tot het obsessief, krampachtig en wanhopig wordt, en je denkt dat je er niets meer bij kunt hebben; doe er dan nog meer bij. Dat is de snelste manier om het zoeken te laten eindigen, naast een hoop leed. Het is de Aikido-manier: meegeven en versterken, waardoor het ombuigt. Als je valt: spring dan. Neem het leven in de heupzwaai en je zult zien hoe dit tot een gezamenlijke dans van jou en je leven verwordt, zwierend en zwaaiend op de kosmische muziek die ontwikkeling heet. Tijdens het dansen ont-wikkel je letterlijk. Tot de spoeling zo dun is dat er geen zoek, zoeker en zoeken meer zijn. Door het duister naar het licht. En maak in de tussentijd zoveel mogelijk anderen blij. Dat is een van de snelste wegen naar verlossing. Dank je, AN, ik vond het leuk en een goed begin van de week!
AN: Jij ook bedankt voor je kleurrijke reacties!

Van Ed Nissink verschenen diverse boeken, oa:
Dat is dan je familie
Het is voor je eigen bestwil
Het geheim van Chi

10 links op vrijdag

http://www.adjournalblog.com/je-hebt-een-ego-maar-bent-niet-het-ego/
http://wennegers.nl/mp3.html

http://www.schoolvoorzijnsorientatie.nl/kennismaken/films-hans-knibbe/

Clarity by Nathan Gill

http://www.mirvana.nl/
http://www.afstemmenopdebron.nl/

Nondualiteit, bewustzijn, psychopathie!

Twee mooie lezingen opgenomen in Groningen, met de Vlaamse auteur en spreker Jan Storms, bekend geworden door het boek Destructieve relaties op de schop, psychopathie herkennen en hanteren. Er is ook een (goedkoper) e-book.

Mooi om tijdens vooral de eerste lezing te horen hoe hij de link legt tussen het ontbreken van het besef van verbondenheid wat leidt tot psychosociaal gedrag. Enjoy! Zie je hieronder niet de opnames, klik dan hier.